Archief van de website van het voormalige museum voor regionale geologie en archeologie, Den Oever (Wieringen)

Archeologie - Historische waarde van de Vikingschatten

De afgelopen jaren zijn verschillende vondsten gedaan die ons leiden naar een belangrijke conclusie: gedurende de tweede helft van de 9e eeuw hebben Vikingen gebivakkeerd op Wieringen. De Vikingschatten van Westerklief vormen het eerste tastbare bewijs dat zij zich hier vestigden en niet slechts kwamen plunderen, moorden en brandstichten zoals de klassieke schoolplaat ons toont. Tot nu toe waren alleen wat vikingzwaarden opgedregd uit grindputten langs de grote rivieren. Waarschijnlijk zijn die tijdens de aanvallen op Dorestad, Tiel en omstreken in het water gevallen. In ieder geval zijn ze geen bewijs voor blijvende aanwezigheid van Vikingen in de lage landen.
De bewaard gebleven documenten geven ons aanwijzingen dat in 841 eerst Walcheren en in 850 Dorestad en het achterliggende kustgebied door keizer Lothar in leen wordt gegeven aan twee Deense krijgsheren, Harald en Rorik. De Deense Vikingen vallen dan al een aantal jaren de Friese kustgebieden aan en het Frankische rijk is sterk verzwakt na jaren van burgeroorlog over de erfenis van Lodewijk de Vrome. Lothar hoopt Harald en Rorik te paaien zodat ze aan zijn kant staan in de strijd om de heerschappij over het hele Frankische rijk.

Van 840 tot 885, wanneer Rorik's opvolger Godfried wordt vermoord zijn de Vikingen de absolute heersers over nagenoeg heel Frisia. Daarna taant hun invloed, waarschijnlijk doordat de Deense koloniën in zuidoost Engeland een interessantere vestigingsplaats waren dan de leeggeplunderde Friese gewesten. Tot het begin van de 11e eeuw blijven ze echter regelmatig de lage landen "bezoeken". Het is precies in deze periode dat de beide Vikingschatten gedateerd worden: de eerste rond 850, de tweede ca. 875.

Het is niet duidelijk waar Rorik, de belangrijkste leider, zijn hoofdkwartier had; zelfs niet of hij hier persoonlijk hof hield of dat hij het gezag uitbesteedde aan zijn ondergeschikten. In ieder geval beschikken we over een aantal unieke documenten die aangeven welke gebieden de Vikingen bezaten. Toen het er naar uitzag dat de Vikingen voorgoed vertrokken waren was het voor de kerken en kloosters zeer belangrijk om hun verloren bezit zo snel mogelijk terug te eisen. Om deze reden werden gedetailleerde bezitslijsten opgesteld. Twee daarvan zijn bewaard gebleven en bieden ons de mogelijkheid de bezittingen van Rorik en zijn Vikingen te reconstrueren. De oudste lijst is de bezitslijst van de St. Maartenskerk van Utrecht, tussen 940 en 948 aan de Duitse keizer Otto aangeboden. Heel Noord-Holland maakt deel uit van het Vikingbezit, want er worden bezittingen met naam genoemd in Kennemerland, de Gooi- / Vechtstreek, bij Medemblik, op Texel en op Wieringen. Dit zijn ook meteen alle bevolkingscentra in Noord-Holland in die tijd. De tweede lijst is de zogenaamde Codex Eberhardi van het klooster van Fulda, later opgesteld (tussen 1150 en 1158) maar gebaseerd op vroeg 9e eeuwse originelen die in het klooster aanwezig moeten zijn geweest.
Al met al wordt er in de twee documenten behoorlijk gedetailleerd uitgeweid over Wieringen, blijkbaar een belangrijk gebied in die dagen.

Keren we weer terug naar onze beginvraag: hoe bijzonder is de vondst van de zilverschatten van Westerklief nu eigenlijk? Voor we die vraag beantwoorden plaatsen we een en ander eerst in een breder perspectief. In de jaren 70, geruime tijd voordat de ontdekkingen op Wieringen werden gedaan, vroegen wetenschappers van het IPP (het Instituut voor Pre- en protohistorie van de Universiteit van Amsterdam) zich af of het niet vreemd was dat er weliswaar in de kronieken sprake was van een langdurige bezetting van een groot deel van Nederland door Deense Vikingen maar er nog geen enkel overtuigend tastbaar bewijs voor was gevonden. Zij besloten tot een inventarisatie van alle vondsten in Nederland die wellicht aan Vikingen konden worden toegeschreven en vergeleken die met soortgelijke vondsten in de Engelse Danelaw, het gebied waarvan algemeen bekend was dat die tussen de 9e en 11e eeuw een Deense kolonie was. De conclusies waren verrassend: in de Danelaw beschikte men slechts over enkele tientallen ondubbelzinnige Vikingvondsten en er moeten toentertijd duizenden Vikingen met complete gezinnen gewoond hebben. Het was dan ook niet echt verwonderlijk dat er zo weinig in Nederland gevonden was. Hier zaten tenslotte slechts hooguit een paar honderd Vikingen en dat slechts gedurende maximaal zo'n veertig jaar. Vanuit dat oogpunt zijn de vondsten van Westerklief dus zeer bijzonder. Zoals op de voorgaande pagina's is beschreven is er weinig twijfel aan de Deense Viking herkomst van de gevonden zilverschatten. Dat er grote hoeveelheden zilver bij Westerklief zijn begraven doet vermoeden dat hier een belangrijk centrum is geweest.

Veel vragen blijven voorlopig onbeantwoord: wat deden de Vikingen op Wieringen en waarom kozen zij Westerklief? De keuze voor Wieringen is nog te begrijpen (zie de geschiedenis pagina's), maar dan was de oostkant waar de oever van het Vlie was toch veel logischer geweest? In de buurt van Westerklief had je alleen het Ulkediep, niet veel meer dan een veenriviertje. Niet direct een handelsroute. Hopelijk kunnen we hier in de nabije toekomst een duidelijker antwoord op geven, als er uitgebreider archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden.

vorige paginanaar beginpagina

Laatste wijziging: 13-8-2000