Archief van de website van het voormalige museum voor regionale geologie en archeologie, Den Oever (Wieringen)

Vikingen

Rorik, de gesel van de lage landen

De centrale figuur in de periode dat de Vikingen de dienst uitmaakten in Frisia was Rorik. Rorik was een lid van een vooraanstaande Deense familie en was gedurende het grootste deel van zijn leven verwikkeld in een machtstrijd om de heerschappij over Denemarken. De belangrijkste bronnen, de Annales Bertiniani en de Annales Fuldenses, spreken elkaar op bepaalde punten tegen. Volgens de A.B. was Rorik een broer van Harald II, de A.F. noemt hem een nepos, een latijnse term die zowel kleinzoon als neef (zoon van een broer of zus) kan betekenen. Het laatste is waarschijnlijker omdat er een behoorlijk leeftijdsverschil tussen de twee bestond.

Van troonpretendent naar avonturier

Zoals op de voorgaande pagina's is uitgelegd was macht in de Scandinavische maatschappij vooral een afgeleide van twee aspecten: het verrichten van heldendaden en het bezit van kostbaarheden. Om deze redenen richtten de Denen hun blik op het rijke zuiden dat door interne strubbelingen danig verzwakt was. Harald en Rorik, leden van een van de clans die om de troon streden concentreerden zich daarbij op de slecht verdedigde kusten van Frisia. Harald was van 812 tot 813 en van 819 tot 827 gedeeld koning van Denemarken tot hij door zijn medekoningen werd verjaagd. Vanaf dat moment besteedde hij zijn tijd aan het vergaren van rijkdom ten koste van de bewoners van Frisia. Vooral Dorestad is een geliefd doelwit van hem en zijn belangrijkste volgeling Rorik. In 841 krijgt Harald Walcheren, met de belangrijke handelsstad Domburg, in leen van keizer Lothar. Het is aannemelijk dat de Denen toen ook al de baas waren over het merendeel van de overige kust van Frisia.

In 850 wordt dit in ieder geval officieel bevestigd wanneer Lothar geen andere uitweg ziet dan Rorik Dorestad en alle achterliggende gebieden van Frisia ten noorden van de Maas in leen te geven. Rorik heeft dan juist weer een verwoestende toernee door de Friese gewesten gemaakt en de keizer is niet bij machte om de Denen militair de baas te zijn.

Harald sterft in 852 en wordt opgevolgd door zijn zoon Godfried, die aan de zijde van Rorik voor korte tijd terugkeert naar Denemarken om daar een vergeefse poging te doen de troon te veroveren in de burgeroorlog van 854. Na deze mislukking keren ze terug naar hun eigen rijk in Frisia en vergroten ze hun territorium. In 863 is er nog een laatste vermelding van Dorestad. Na deze laatste plundering wordt de stad niet meer herbouwd.

De lokale machthebbers, de Friese koningen dus, voeren een nogal halfslachtig beleid: Ubbo, de Friese aanvoerder vecht aan de zijde van de Denen in Northumbrië, maar in hetzelfde jaar wordt Rorik tijdelijk uit Frisia verjaagd na een geslaagde opstand. Hij keert voor korte tijd terug naar Denemarken en ontpopt zich tot een groot staatsman. Hij sluit een verbond met Karel de Kale, koning van het West-Frankische rijk en weet tegelijkertijd goede contacten op te bouwen met Lodewijk de Duitser van het Oost-Frankische rijk. In 870 keert hij weer terug naar Frisia, machtiger dan ooit te voren en als officieel vazal van Karel de Kale. Om meer politieke dan religieuze redenen is hij ondertussen bovendien tot het christendom bekeerd. Na 873 horen we niets meer van Rorik. In 882 krijgt Godfried de Zeekoning (het is niet helemaal zeker of dit dezelfde Godfried is als Rorik's neef) officieel de zeggenschap over de gebieden die in het bezit van Rorik waren. Lang heeft hij daar niet van kunnen genieten, want in 885 wordt hij onder duistere omstandigheden vermoord. Naar verluid was een van de hoofdmannen uit zijn gevolg hier bij betrokken. Deze Gerulf duikt korte tijd later op als stamvader van de eerste graven van Holland.

Rorik's hoofdkwartier

In veel gebieden zijn er vage herinneringen aan de Vikingen of Noormannen. Op Wieringen waren er allerlei legendes, variërend van Noormannenpoortjes in de kerken tot wandborden in die kerken die melding maken van de gepleegde wandaden. Toch wordt de naam Rorik daarbij niet genoemd. Anders is dat in Egmond. Daar zijn wel overleveringen waarin hij wordt opgevoerd. Lange tijd werd dan ook gedacht dat zijn hoofdkwartier daarom wel bij Egmond geweest zal zijn. Behalve die verhalen is er niets in Egmond dat daar op wijst. Er zijn overigens niet veel mogelijkheden voor een hoofdkwartier in Noord-Holland aangezien het overgrote deel van het gebied onbewoonbaar was. Alleen de kuststrook (met Egmond dus), Texel, Wieringen en de streek rond Medemblik waren bewoond.
De vondst van de vikingschatten en de nabijgelegen oude veldnamen "de Hal" (Deens voor grote hoeve) bij Westerklief en "Heeraskegriet" (griet is een veld, aske is een benaming die de Vikingen voor zichzelf gebruikten) bij Westerland maken de gedachte dat Wieringen het hoofdkwartier was iets aannemelijker. Let wel, zolang er geen overtuigend bewijs wordt gevonden zal dit gissen blijven. Desalniettemin denken we bij het Huis van de Aarde graag dat de geest van Rorik nog steeds vaardig is over de Wieringers.

Laatste wijziging: 13-8-2000