Archief van de website van het voormalige museum voor regionale geologie en archeologie, Den Oever (Wieringen)

Archeologie - prehistorie

De prehistorie is de periode in de menselijke geschiedenis waarvan we geen geschreven bronnen bezitten. Voor onze interpretatie zijn we afhankelijk van de overblijfselen die we in de bodem vinden. Het museum Huis van de Aarde bezit voorwerpen uit alle perioden binnen de prehistorie. Al deze voorwerpen zijn op Wieringen of in de directe nabijheid (Waddenzee, Wieringermeer) gevonden. Hieronder een aantal van deze vondsten.

Schaaf uit oude steentijd, meer dan 35.000 jaar oud, gevonden bij Hippolytushoef1. Het Paleolithicum, de oude steentijd. Dit is de periode van de ijstijden, ca. 100.000 jaar geleden tot de komst van de eerste landbouwers, ca. 3500 jaar voor Christus. Wieringen en de rest van Nederland zagen er in die tijd heel anders uit. Tijdens de laatste ijstijd (ca. 100.000 tot 10.000 v.Chr.) bereikten de gletsjers weliswaar Nederland niet, maar er heerste hier wel een toendraklimaat. De Noordzee was een droge, kale vlakte waar weinig groeide. Pas tegen het einde van deze periode, vanaf zo'n 18.000 v.Chr. wordt het klimaat dusdanig dat er in onze contreien permanente bewoning mogelijk wordt. Voor die tijd is er sprake van kleine groepen rondtrekkende jagers-verzamelaars die ook op Wieringen hebben gebivakkeerd. Hun voornaamste bron van bestaan was gelegen in de ijstijdfauna zoals die in die tijd aanwezig was op de toendragebieden: mammoet, rendier, wolharige neushoorn en reuzenhert. Een vondst die in het voorjaar van 1995 gedaan is bij werkzaamheden in het kader van de ruilverkaveling rond Hippolytushoef toont aan dat minimaal 35.000 jaar geleden hier mensen hebben rondgelopen die zich bedienden van stenen werktuigen uit een cultuur die elders in Europa geassocieerd is met de Neanderthalers. De foto links toont een zogenaamde enkelvoudige convexe schaaf uit het Mousterien. De Neanderthalers stierven 35.000 jaar geleden uit; het is zeer waarschijnlijk dat deze vondst stamt uit de periode waaruit ook de meeste vondsten van Pleistocene zoogdieren in het Waddengebied dateren, namelijk tussen de 60.000 en 70.000 jaar geleden.

2. Het Neolithicum, de nieuwe steentijd. Dit is de periode waarin de eerste landbouwers zich in dit gebied vestigden; zo tussen 3500 en 2500 voor Christus. De cultuur wordt complexer en zo ook de gereedschappen die de mensen gebruiken. Dit wordt duidelijk uit de vondst van een fraai geslepen bijltje van amfiboliet uit de Polder Waard-Nieuwland, en enkele kleine artefacten van vuursteen uit Hippolytushoef en Westerland. De vuurstenen voorwerpen hebben gediend als mesjes en schrapers.
Vuistbijl gevonden in Polder Waard Nieuwland
Vuurstenen voorwerpen gevonden bij Hippo en Westerland.

In het Neolithicum ontstaan de eerste echte culturen in Nederland. In Drenthe worden de hunebedden gebouwd door het volk dat ook bekend staat als de trechterbekercultuur. Nabij Slootdorp in de Wieringermeer is een kamp van deze cultuur opgegraven. Het betreft hier een jachtkamp dat tijdelijk bewoond werd. De "Wieringermeer" was een perfect jachtgebied in de nieuwe steentijd. De bewoners kwamen hier enige tijd jagen en trokken vervolgens weer naar hun boerderijen opd e hoge zandgronden van Groningen en Drenthe. Enige vondsten (vuistbijlen, pijlpunten, aardewerkfragmenten) bevinden zich in het Huis van de Aarde.

3. De Bronstijd en de IJzertijd. Vervolgens was er bewoning gedurende de Bronstijd (2000 - circa 600 voor Christus) getuige enkele fragmenten aardewerk van Noordburen en Stroe en een hak vervaardigd uit elandgewei uit de nabijgelegen Wieringermeerpolder.

Ook de IJzertijd levert bewoningssporen op in de vorm van aardewerk fragmenten gevonden bij Noordburen en een bijzonder fraaie maalsteen uit hetzelfde gebied. De IJzertijd duurde van 600 voor Christus tot het jaar 0. Rond het jaar 0 kwamen de Romeinen in deze streken. Deze periode wordt behandeld op de volgende pagina.

Bronstijd: Hak en aardewerk

Laatste wijziging: 13-8-2000