Archeologie - Badorf aardewerk
Een van de belangrijkste handelsproducten in de Karolingische tijd was het zogenaamde draaischijfaardewerk. Er moet een uitgebreide pottenbakkersindustrie zijn geweest, met name in het Rijnland nabij Keulen en Bonn die voor 80 tot 90 % in de aardewerkbehoefte van de lage landen voorzag. De potten waren zeer gewild voor zowel voorraadpot als kookpot en bijna overal in Nederland waar vondsten uit de Karolingische tijd zijn gedaan kwamen grote hoeveelheden scherven van dit aardewerk tevoorschijn. Vanwege de vondst van een ovencomplex nabij Badorf wordt dit type aardewerk over het algemeen Badorfpotten genoemd. Kenmerkend is, behalve de vorm, de lichtgele kleur. Er is op basis van uiterlijke kenmerken een indeling in types gemaakt.
| | | De belangrijkste typen Badorfaardewerk op een rijtje |
| Badorf Type II | Badorf Type III | Badorf Type IV |
De potscherven die bij de beide Vikingschatten van Westerklief zijn gevonden waren beiden van het Badorftype (resp. type III en type IV voor de eerste en de tweede schat).
Het overgrote merendeel van de Karolingische potscherven in Nederland is gevonden bij Dorestad en Deventer, niet geheel toevallig twee belangrijke handelsplaatsen met een rivierhaven. Waarschijnlijk werd het Badorfaardewerk met scheepsladingen tegelijk aangevoerd naar deze plaatsen en vervolgens via handelsroutes verder verdeeld over het Friese grondgebied.
Laatste wijziging: 17 augustus 2000